De lectoraten van het Platform Stad en Wijk houden zich allen bezig met maatschappelijke vraagstukken in steden en wijken. Participatie is daarbij een van de kernwoorden. Letterlijk betekent dit ‘meedoen’/‘deelnemen aan’. Het begrip wordt echter te pas en te onpas gebruikt en voor hele andere doeleinden. De lectoraten houden zich vooral bezig met beleidsparticipatie en maatschappelijke participatie. Twee totaal verschillende begrippen, die hieronder worden toegelicht.

Beleidsparticipatie
We spreken van beleidsparticipatie als er contact en uitwisseling plaatsvindt tussen burgers en organisaties over hun (beleids)plannen en projecten. Denk aan inspraak en co-creatie. Daarbij valt een onderscheid te maken in:

  • Burgerparticipatie: burgers participeren in de planvorming van organisaties. Zij krijgen de kans om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling en/of uitvoering van plannen van bijvoorbeeld een gemeente, corporatie of welzijnsinstelling. Dit kan op verschillende niveaus plaatsvinden, van informeren, raadplegen en adviseren tot coproduceren en meebeslissen. Het gaat daarbij niet alleen om de rol van ‘bewoners’. Het gaat om de rol van alle gebruikers van een bepaald gebied, dus dit kunnen bijvoorbeeld ook (sociaal) ondernemers zijn.
  • Overheidsparticipatie: richt zich op de vraag hoe organisaties omgaan met initiatieven van burgers. Op welke manier denken of werken de organisatie(s) mee aan de ontwikkeling en/of uitvoering van een idee of project(plan) van burgers?

Logischerwijs zijn er ook mengvormen. Lokale samenwerkingsverbanden waarbij meerdere partijen het initiatief nemen en er sprake is van gelijkwaardige rollen (co-creatie, governance). Bij alle vormen gelden echter de vragen: wie participeren (actoren)? Waarin participeert men (context)? En wie profiteert ervan (de deelnemer of de institutie)?

Inloopavond Spijkerkwartier (foto: Erik Vos – via Flickr)

Maatschappelijke participatie
Een heel andere tak van sport is maatschappelijke participatie. Hierbij gaat het over de vraag of een individu actief kan meedoen in de samenleving. Het beleid richt zich veelal op verheffen en verbinden.

  • Verheffen gaat over het aanreiken van vaardigheden aan individuen en groepen die hen in staat stellen om beter hun eigen weg te vinden in economische of culturele zin. Het gaat om rond- en vooruitkomen, empowerment en welzijn (capabilities). Om op deze manier sociale uitsluiting te voorkomen. Veel lectoraten houden zich dan ook bezig met de vraag of alle burgers kunnen deelnemen aan en toegang hebben tot voorzieningen in diverse sociale domeinen (kunst, onderwijs, sport, wonen, welzijn, zorg).
  • Verbinden gaat over de opdracht om vormen van onderlinge verbondenheid tussen verschillende individuen of groepen tot stand te brengen of te bevorderen. Oftewel: samen-leven.
(foto: René Wouters – via Flickr)

Spraakverwarring
Participatie is dus zowel een bindend als een diffuus begrip. In een reeks van interviews probeert Platform Stad en Wijk voorbij deze spraakverwarring te komen door dit begrip verder te duiden, trends te ontrafelen en inzicht te geven in de laatste onderzoeksresultaten. De volgende mensen zijn geïnterviewd over zowel beleidsparticipatie als maatschappelijke participatie:

  • Stan Majoor, lector Grootstedelijke Vraagstukken, Hogeschool van Amsterdam
  • Ben Kokkeler, lector Digitalisering en Veiligheid, Avans hogeschool
  • Jeannette Nijkamp, lector Gezonde Stad, Hanzehogeschool Groningen
  • Froukje Smits, senior onderzoeker bij het Lectoraat Participatie en Stedelijke Ontwikkeling (Hogeschool Utrecht)
U on Board (foto: Froukje Smits)

Participatiemoe(d)
Het gaat bij participatie veelal over de vraag of personen mogen, willen en mee kunnen doen. En in het kader van onder andere de participatiewet: moeten mee doen. Daarmee krijgt participatie ook een normatief karakter. Ook terug te zien in de zogenaamde participatieladders: hoe hoger, hoe beter. Dat normatieve karakter zit bijvoorbeeld ook in de nieuwe Omgevingswet: ‘gij dient te participeren’. Als het echter een ‘moetje’ wordt, heeft het weinig kans van slagen.

Naast de formele democratische structuren is er de afgelopen decennia een bont bouwwerk neergezet van burgerparticipatie. Dat gaat van traditionele inspraakavonden, tot buurtbudgetten en wijkraden. Digitale participatie wordt daarbij ook steeds belangrijker. Hoewel de literatuur hoopvol is over de mogelijkheden hiermee de ‘collectieve intelligentie’ van de maatschappij te mobiliseren en te zorgen voor betere en meer gedragen besluiten is de werkelijkheid vaak weerbarstiger.

In navolging van de vele kritieken op de ‘participatiesamenleving’, die vaak gaan over de te hoge verwachtingen van actieve burgers, zien we ook in het domein van de beleidsparticipatie een vorm van ‘participatiemoeheid’ de kop opsteken.

Deze ‘moeheid’ speelt zowel aan de kant van de burgers en ondernemers als aan de kant van de lokale overheid. De eerste groep is vaak gefrustreerd over de grote hoeveelheid tijd die participatieprocessen kosten en de geringe ‘opbrengsten’. Processen van participatie zijn voor deelnemers vaak onduidelijk en frustrerend waardoor ze snel afhaken. Dit geeft een kleine groep wel actieve burgers een buitengewoon grote invloed. Dit is vaak één van de argumenten die gemeenteambtenaren tegenstaan bij participatie: de dominantie van de usual suspects. Daarnaast zitten zij in een lastig parket: hoe benut je en breng je de input van deze participatieve vormen van democratie onder in de politieke systemen gericht op de representatieve democratie?

Platform Stad en Wijk constateert dat in het licht van onder andere de nieuwe Omgevingswet, gezien de vele ruimtelijke en sociale uitdagingen van steden en wijken en de weerbarstige ervaringen met beleidsparticipatie, er nu urgentie is om (1) deze participatiemoeheid verder te duiden, (2) te kijken naar een medicijn en om (3) een gezamenlijke onderzoeksagenda op te stellen. In de eerste helft van 2021 wordt daarom gewerkt aan een digitaal magazine over dit onderwerp.